Meer oog voor de menselijke maat in de Participatiewet

gepubliceerd: 10-03-2022

De directie Participatie en Decentrale Voorzieningen (PDV) van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft Panteia gevraagd een syntheseonderzoek uit te voeren naar de menselijke maat in de Participatiewet. Aanleiding voor het onderzoek is het lopende beleidstraject rondom vertrouwen en de menselijke maat in de (uitvoering van de) Participatiewet. Het doel van het syntheseonderzoek is om inzichten te bieden die beleidsmakers helpen om tot beleid op het gebied van bijstandsverlening te komen waarbij vertrouwen en oog voor de menselijke maat bepalende beginselen vormen.

Uit het onderzoek wordt duidelijk dat het overheidsbeleid rondom sociale zekerheid waaronder de Participatiewet de afgelopen jaren steeds vaker geënt is op wantrouwen. Zo kan wantrouwen ertoe leiden dat burgers op een onprettige manier worden bejegend en zij zich bij voorbaat als fraudeur behandeld voelen. Verder blijkt dat de meerderheid van de Nederlanders bij een conflict met de overheid weinig vertrouwen heeft in een goede afloop. Dit is zorgwekkend omdat vertrouwen van burgers in het overheidshandelen één van de fundamenten van onze rechtsstaat is. Binnen de sociale zekerheid, inclusief de Participatiewet, is daarnaast in algemene zin te weinig oog voor de menselijke maat bij de totstandkoming en uitvoering van beleid, wet- en regelgeving. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn:

  • Ontoereikende samenwerking in de driehoek Tweede Kamer, departementen en uitvoeringsorganisaties.
  • Gebrekkige communicatie, communicatie die niet is afgestemd op het doenvermogen van de burger.
  • Knellende wetgeving, uitvoeringsorganisaties voeren hun eigen wet- en regelgeving uit en houden hierbij geen of onvoldoende rekening houden met de regelingen van andere overheidsorganen en de impact daarvan op de burgers.
  • Complexe wetgeving, socialezekerheidswetgeving is op sommige onderdelen dermate complex dat burgers hun rechtspositie niet goed zelf kunnen bepalen en hun recht niet kunnen halen door overschatting van hun doenvermogen.
  • Onduidelijke wetgeving, wetgeving biedt mogelijkheden om individueel maatwerk te leveren maar besluiten conform de ‘bedoeling van de wet’ vragen veel kennis van de achtergrond van gemaakte keuzes en eenduidige beslisregels welke op dit moment ontbreken.
  • Te strikte regeltoepassing door het onvoldoende benutten van maatwerkmogelijkheden terwijl de Awb en de hardheidsclausule in de Participatiewet voldoende mogelijkheden lijken te bieden om individueel maatwerk te leveren.

Oog hebben voor de menselijke maat betekent juist recht doen aan de omstandigheden, belangen en het doenvermogen van burgers bij de totstandkoming en uitvoering van beleid, wet- en regelgeving. De overheid moet zich dus responsief opstellen. Burgers worden empathisch bejegend en vertrouwen vormt het uitgangspunt van regelgeving. Om de belangen van burgers centraal te stellen, en rekening te houden met hun omstandigheden en doenvermogen, moet de overheid het evenredigheidsbeginsel in acht nemen en maatwerk leveren.

Om binnen de kaders van de Participatiewet tot de gewenste situatie te komen zijn er dan ook verschillende mogelijke oplossingsrichtingen:

 

  • Wet- en regelgeving beter op elkaar laten aansluiten.
  • Verbeteren aansluiting handelen overheid op doenvermogen burgers.
  • Onduidelijkheden in toepassing wet- en regelgeving wegnemen om meer procedureel en individueel maatwerk te kunnen leveren.
  • Vergroten vakmanschap en professionalisering uitvoeringsprofessionals.

 

Meer weten? Lees hier het gehele rapport.

Neem contact op

Heeft u vragen of wilt u meer informatie? We staan u graag te woord.

Bel ons op: 079-322 20 00